← Terug naar Te vorderen of betwisten

Zakelijke klant betaalt niet (B2B-incasso)

Een bedrijf dat niet betaalt is juridisch iets anders dan een consument die niet betaalt — en dat verschil werkt in jouw voordeel, als je het gebruikt.

Wat zijn je rechten

  • De veertiendagenbrief van art. 6:96 lid 6 BW geldt alléén voor consumenten. Bij een zakelijke debiteur mag je incassokosten in rekening brengen zonder die verplichte tussenstap.
  • In plaats van de gewone wettelijke rente loopt de wettelijke handelsrente van art. 6:119a BW. Die ligt aanzienlijk hoger, en hij loopt vanaf de dag na de vervaldatum — zonder aankondiging.
  • Is er niets afgesproken over de betaaltermijn, dan geldt op grond van art. 6:119a BW een termijn van dertig dagen, en gaat de rente daarna lopen.
  • In algemene voorwaarden mag je een eigen incassokostenregeling en betaaltermijn afspreken. Tussen bedrijven is daar meer ruimte voor dan bij een consument — en wat is afgesproken gaat vóór de wettelijke terugval.

Wat moet er in?

  • De tenaamstelling van de debiteur zoals die in het handelsregister staat
  • De factuur, de vervaldatum en de afgesproken betaaltermijn
  • De toepasselijke algemene voorwaarden, als die zijn overeengekomen
  • De opdrachtbevestiging of overeenkomst
  • Bewijs van levering of oplevering

Wat Lexeon doet

Lexeon vraagt eerst of de debiteur een consument of een bedrijf is, en rekent daarna met het juiste regime: handelsrente in plaats van wettelijke rente, en geen verplichte veertiendagenbrief. Zijn er algemene voorwaarden met een eigen betaaltermijn of kostenregeling, dan lees je die in het dossier in en rekent Lexeon dáármee — het contract gaat voor. De sommatie noemt de hoofdsom, de rente vanaf de juiste datum en de kosten, en gaat aangetekend de deur uit.

Relevante wetsartikelen

ArtikelToelichting
art. 6:119a BWWettelijke handelsrente; standaardbetaaltermijn van dertig dagen bij handelsovereenkomsten.
art. 6:96 lid 6 BWDe veertiendagenbrief — een consumentenregel, niet van toepassing tussen bedrijven.
art. 6:96 lid 2 sub c BWIncassokosten zijn verhaalbaar op de debiteur.
art. 6:82 BWAanmaning met redelijke termijn stelt in verzuim.

Gerelateerde stappen

Veelgestelde vragen over dit onderwerp

Moet ik een zakelijke klant eerst veertien dagen geven?
Nee. De veertiendagenbrief is een consumentenbescherming uit art. 6:96 lid 6 BW. Tussen bedrijven bestaat die verplichting niet: je mag na de vervaldatum sommeren en daarbij incassokosten en handelsrente opvoeren. Een redelijke termijn in je aanmaning blijft wel verstandig — die zet het verzuim vast.
Hoeveel hoger is de handelsrente?
De wettelijke handelsrente van art. 6:119a BW ligt structureel een stuk boven de gewone wettelijke rente van art. 6:119 BW. Beide percentages worden periodiek door de overheid vastgesteld en gepubliceerd; Lexeon noemt in de brief het percentage dat geldt over de periode waarover je vordert, met de datum vanaf wanneer het loopt.
Wat als mijn algemene voorwaarden iets anders zeggen?
Dan gaat wat je bent overeengekomen in beginsel vóór de wettelijke terugval — mits die voorwaarden ook echt van toepassing zijn geworden en ter hand zijn gesteld. Dat laatste is precies waar het in de praktijk op stukloopt. Voeg de voorwaarden en de verwijzing ernaar toe aan je dossier, dan rekent Lexeon ermee.

Waarom dit standhoudt

Elke brief gaat aangetekend via een elektronische aangetekende bezorgdienst (ERDS) onder de eIDAS-verordening. Het certificaat legt vast wat je hebt verstuurd, wanneer, en wanneer het is afgeleverd — met een tijdstempel en een digitale vingerafdruk van de brief. Op grond van art. 43 lid 1 eIDAS mag de rechter dat bewijs niet weigeren enkel omdat het elektronisch is, en op grond van art. 152 Rv weegt hij het vrij mee. Dat is precies wat je nodig hebt zodra de wederpartij zegt de brief nooit te hebben ontvangen: je toont aan dát en wannéér je hebt gestuurd, en vanaf welk moment de termijn liep.

Je zakelijke debiteur aanschrijven

Je beschrijft de situatie; Lexeon stelt de brief op, bewaakt de termijn en zet de volgende stap klaar.